Een paddenstoel is het zichtbare, bovengrondse vruchtlichaam van een schimmel (fungus).
Biologisch gezien is een paddenstoel te vergelijken met de appel aan een appelboom: het is niet de schimmel zelf, maar het orgaan dat dient voor de voortplanting. Het grootste deel van de schimmel bevindt zich onzichtbaar onder de grond of in hout als een netwerk van dunne draden, de zogeheten mycelium (of zwamvlok).
Schimmels en paddenstoelen vervullen drie belangrijke rollen in de natuur:
Opruimers (Saprofyten): Ze breken dood organisch materiaal af, zoals afgevallen bladeren en dood hout, en zetten dit om in voedingsstoffen voor de bodem.
Samenwerkers (Mycorrhiza): Veel schimmels leven in symbiose met bomen en planten. De schimmel geeft water en mineralen aan de boomwortels, en krijgt in ruil daarvoor suikers van de boom.
Parasieten: Sommige paddenstoelen tasten levende bomen of planten aan en leven ten koste van de gastheer.
Koraal
De lampjes zijn aan
Ook bij de buren
Het leven hangt aan een zijden draadje